Ontmoeting met Alfred Tomatis

Wanneer hij terugdenkt aan zijn eerste ontmoeting met kno-arts dr. Alfred Tomatis, in 1972 in diens kantoor in Parijs, schieten Jozef Vervoort vooral twee beelden te binnen: dat van de ascetische, stralende prille vijftiger gehuld in een eigen aura, en dat van de ontzaglijke kennis van de man die uit twee lijnen op een vel papier – één blauwe en één rode - als resultaat van een luistertest zo onwaarschijnlijk veel over een mens en over zijn stemming kon afleiden. Reden voor de reis naar Parijs was de zoon van de familie Vervoort, die door een zuurstoftekort bij de geboorte een ontwikkelingsachterstand had opgelopen. Niet alleen de zoon, maar ook de vader en de moeder werden aan een luistertest onderworpen. De behandeling van het kind startte op 26 december 1972 en werd tijdens de paas- en zomervakantie in 1973 voortgezet.

Dr. Tomatis had op dat ogenblik zijn eigen instelling, schreef boeken, zette zijn onderzoek naar horen en praten voort, knutselde aan nieuwe toestellen en verschafte, haast “terloops”, belangstellende artsen, therapeuten en pedagogen inzicht in de Audio-Psycho-Fonologie waarvan hij de grondlegger was. Eens Tomatis ervan overtuigd was dat zij voldoende kennis hadden opgebouwd, stond hij hen toe de methode als APF-therapeut in de praktijk te brengen.

Tot 1976, en lang voordat Tomatis zelf met zijn ontslag de nakende uitsluiting uit de orde van geneesheren een stapje voorbleef, mocht de Audio-Psycho-Fonologie enkel onder medisch toezicht worden uitgeoefend. Zijn confraters meenden immers dat hij te veel reclame voor zijn methode had gemaakt. En reclame was en is voor artsen nu eenmaal verboden terrein.

Datzelfde jaar moest Tomatis toekijken hoe collega’s en een vroegere medewerker het niet-gepatenteerde elektronische oor gebruikten en een nieuw toestel ontwikkelden dat goedkoper werd aangeboden. De definitieve breuk kwam er tijdens een congres in Antwerpen, dat zonder Tomatis plaatsvond en waar een nieuwe groep ontstond die een bestaan van slechts twee jaar zou beschoren zijn.

Zowat 15 aanhangers bleven professor Tomatis trouw. Zo ook een universiteit in het Canadese Toronto die in de daaropvolgende jaren met financiële middelen over de brug kwam om APF verder te ontwikkelen. Zo ontdekte de Franse pionier in Noord-Amerika het belang van botgeleiding en precessie, en ontwikkelde hij er nieuwe toestellen en filters voor zijn nieuwe elektronische oor.

In 1982 kwamen de overgebleven getrouwen en vertegenwoordigers van nieuwe centra nog eens in Parijs samen. Daar kregen ze inzicht in de onderzoeksresultaten van Tomatis en in de nieuwe toestellen. Wereldwijd ontstonden steeds meer nieuwe centra en groeide het aantal aanhangers van zijn methode verder aan. Tot in 1996 deelde Tomatis zijn kennis tijdens congressen, seminaries en bijscholingen.

In 1996 trok de toenmalige 76-jarige zich langzaam uit het beroepsleven terug. Zijn ziekte zette hem ertoe aan op zoek te gaan naar een opvolger. De “gedroomde kandidaat”, de Belg Jozef Vervoort, wees zijn aanbod aanvankelijk af; met de leiding over vijf basisscholen in Sint-Truiden was zijn agenda meer dan goed gevuld. Pas in 1999 kwam het verlossende “jawoord” uit België; de zieke wetenschapper maakte begin 2001 al zijn geschriften van een lang een geslaagd leven als onderzoeker over aan Vervoort. Alfred Angelo Tomatis zou de inwijding van een museum in de zomer van 2002 in Sint-Truiden niet meer meemaken. Op 25 december 2001 overleed hij in het Zuid-Franse Carcassonne.