top of page
Grondbeginselen van de Audio-Psycho-Fonologie

Na decennialange onderzoeksactiviteiten toonde kno-arts Alfred Tomatis het belang aan van het gehoororgaan voor de menselijke ontwikkeling, evenals de werking van de gehoorzin op de gemoedstoestand van de mens.

Wat is het Tomatiseffect?

Tomatis vatte zijn studie en experimenten rond het menselijke gehoor einde jaren 1940 aan. Via zijn vader, een destijds bekende operazanger, kwamen heel wat zangers met stemproblemen en met een beroepsgebonden hardhorigheid voor een behandeling bij hem terecht. Tomatis voerde frequentieanalyses van de stem en van het gehoor uit en kwam tot een verrassende vaststelling: frequenties die het gehoor slecht waarnam, kwamen ook minder in de stem voor.

Dit inzicht leidde tot de Eerste Wet van TOMATIS:

De stem bevat alleen de frequenties van de boventonen die het oor kan waarnemen.

Om zijn patiënten te kunnen helpen bij hun stem- en gehoorproblemen, ontwikkelde Tomatis een hoorsimulator waarmee hij via verschillende filters en versterkers de manier van luisteren en daarmee de stem kon corrigeren. Tomatis versterkte de auditief slecht waargenomen frequenties; het frequentieverlies van de stem bleek meteen verholpen wanneer hij de zanger voor een microfoon liet zingen en een hoofdtelefoon opzette waardoor de eigen, gecorrigeerde stem klonk.

Het resultaat van dit experiment formuleerde de onderzoeker in de Tweede Wet van TOMATIS:

Krijgt het oor de kans om frequenties die het volstrekt niet meer of niet goed meer hoort, opnieuw correct waar te nemen, dan vloeien deze frequenties onmiddellijk en onbewust weer over in de stem.

Zodra de artiest zonder hoofdtelefoon en frequentiecorrectie weer begon te zingen, staken de stemproblemen opnieuw de kop op. Dit bracht Tomatis ertoe zich nog verder in de materie te verdiepen. Hij ging op zoek naar het “ideale gehoor” en werkte criteria voor de ideale hoorcurve uit.

Eens de parameters voor het ideale oor van de zanger gedefinieerd waren, ontwierp hij een toestel om het oor te conditioneren; het prototype van het zogenaamde “elektronische oor”, dat het Tomatiseffect moest bestendigen, was een feit.

 

Die werkzaamheden leidden tot de Derde Wet van TOMATIS:

Akoestische stimulering die gedurende een bepaalde tijd wordt herhaald, leidt tot een definitieve verandering van het gehoor en dus van de stemvorming.

In 1957 erkende de Parijse Académie des Sciences et de la Médecine de drie Wetten van Tomatis onder de naam “Tomatiseffect”.

De psyche, dirigent van het luisteren 

Tijdens zijn studie stelde Tomatis al vrij snel vast dat de psychische component een wezenlijke rol in het luisterproces speelt. Zo kwam hij in een grootscheeps onderzoek naar beroepsgebonden hardhorigheid onder piloten en werktuigkundigen van vliegtuigen tot de volgende bevinding: de hoorcurve van de piloten met een beroepsgebonden hardhorigheid, die heel wat vreugde uit hun arbeid scheppen, verliep deels anders dan die van de andere onderzochte personen die eveneens kampten met een beroepsgebonden hardhorigheid, maar hun beroep zonder enige arbeidsvreugde gewoon uit financiële overwegingen wilden voortzetten. De eerste groep vertoonde het gemeenschappelijke kenmerk dat de hoorcurve aan het einde opwaarts bewoog. Deze “positieve antenne” in het hoge frequentiegebied weerspiegelde niets anders dan hun innerlijke motivatie. De curve van de tweede groep verliep naar het einde toe heel duidelijk neerwaarts.

Er bestond met andere woorden een nauw verband tussen de hoorcurve en de psychische gesteldheid van zijn patiënten. Het psychische aspect won in het onderzoekswerk van Tomatis steeds meer aan belang.

De therapeutische gevolgen van het Tomatiseffect overtroffen ruimschoots de zuiver auditieve stimulering. De verbeteringen beperkten zich niet alleen tot het auditieve en vocale vermogen: ook de motoriek, de houding en psyche ondergingen een duurzaam positieve verandering. Door de reacties van zijn patiënten tijdens de behandeling te observeren, kwam Tomatis tot de hypothese dat de hoofdkenmerken van de individueel verschillende hoorpatronen reeds tijdens de ontwikkeling van het gehoor, vóór de geboorte ontstaan.

Vanaf wanneer hoort een foetus?

Professor Tomatis was een pionier op het vlak van prenataal gehooronderzoek. Al in de jaren 1950 beweerde hij dat de foetus in de baarmoeder hoort, een stelling die hem niets meer dan het hoongelach van zijn collega’s opleverde. Vandaag weten we echter dat de man het bij het rechte eind had. Belangrijk binnen deze context is dat het oor, en wel beide onderdelen - het cochleaire gedeelte (het slakkenhuis) voor het horen en het vestibulaire gedeelte voor het evenwicht -, het eerste zintuig is dat halverwege de zwangerschap, maar uiterlijk tegen het einde van de vijfde maand, is ontwikkeld en via de gehoorzenuw met de hersenen is verbonden. Het binnenoor heeft op dit ogenblik zijn, levenslange, maximale grootte bereikt.

Daarmee is het oor het eerste zintuig dat informatie naar de hersenen stuurt. De signalen van het oor zijn essentieel voor de groei en de ontwikkeling van de hersenen. Het oor legt gelijktijdig de basis voor alle andere waarnemingsvormen; die gaan immers uit van de ervaringen die gebaseerd zijn op het horen.

Wat en hoe de foetus hoort

Binnen het klankenuniversum van de foetus vervult de stem van de moeder een centrale rol. Die klinkt immers merkelijk luider dan andere stemmen en overstemt ook lichaamsgeluiden zoals hartslag, darmbeweging, bloedstroom. . .  Omdat de vloeistof in het middenoor de trillingen van het trommelvlies afremt, hoort de foetus haast uitsluitend via botgeleiding. De resonantie-eigenschappen van het skelet werken echter als frequentiemodulator. Lage frequenties worden nauwelijks geleid, hoge daarentegen versterkt. Door de filterwerking van het bot bevat de moederstem heel wat hoge frequenties. De stem wordt via de wervelkolom op het bekken overgedragen. Dat versterkt als een klankkast de hoge frequenties 2,5 maal. Wanneer het kind tijdens de laatste weken van de zwangerschap in het bekken afdaalt, kan er tussen de botten een bijzonder goede geluidsoverdracht ontstaan. De effecten van het filteren van de hoge frequenties in de schedel van de foetus en de klankversterking van het bekken van de moeder zijn optimaal op elkaar afgestemd. Alleen de moederstem geniet een bevoorrechte klankoverdracht. Alle andere externe geluiden (stemmen, muziek,…) bekleden binnen de geluidsbelevenis van het ongeboren kind een secundaire plaats.

De foetus ervaart niet alleen de klank, het ritme en de melodie van de moederstem, maar beleeft via de stem ook het volledige gevoelsspectrum van de moeder. Is de moeder evenwichtig, vrolijk en gelukkig of is zij neerslachtig, angstig of depressief? Het kind ervaart dit gevoelsspectrum als eigen emoties. Het kan nog geen onderscheid maken tussen de moeder en zichzelf. Om de eenheid van moeder en kind te verduidelijken, verklaarde Tomatis: “Moeder IS kind, kind IS moeder”. Bij overwegend positieve en aangename signalen ontstaat een geslaagde dialoog in de baarmoeder en ontwikkelt de foetus een gevoel van geborgenheid en oervertrouwen. Deze basale waarnemingsbelevenissen wekken in het kind een luistergedrag, de wens om te communiceren op.

Wat Tomatis al lang verkondigde en verdedigde, is nu bewezen dankzij de studie van de universiteit van Stanford

Het oor – meer dan horen

Het oor doet meteen aan horen denken. Maar het heeft ook andere, even belangrijke functies die tijdens de luistertherapie worden beïnvloed.

Het oor controleert via het evenwichtsorgaan het evenwicht, de coördinatie, de spiertonus en iedere lichaamsspier. Het stuurt de ogen tijdens het lezen en de arm, de hand en de vingers bij het schrijven. Het is verantwoordelijk voor een rechte houding en stuurt onafgebroken signalen door over hoe wij ons in de ruimte bewegen. Het oor stuurt ook het tijds- en ritmegevoel en het ruimtelijke voorstellingsvermogen.

Als energiecentrale heeft het oor de taak om de hersenen en daardoor ons volledige organisme van energie te voorzien. Tomatis vergeleek het oor met een dynamo “die de prikkels die hij ontvangt, omzet in neurologische energie om de hersenen te voeden”. Vooral de hoge frequenties zijn verantwoordelijk voor een regelrechte “energieboost”, een stimulering van de cortexactiviteit. Dit “oplaadeffect” werkt vitaliserend en verlevendigend en uit zich in een “wakkere” geest.

De mens hoort alleen wat hij wil horen. Tomatis kwam tot de bevinding dat horen en niet willen horen onbewust door de psyche worden gestuurd. We kunnen het gehoor niet uitschakelen. Anders dan onze ogen zijn onze oren altijd “geopend”. Dag en nacht worden we blootgesteld aan klanken en geluiden uit de omgeving. Toch ervaren we niet alles wat we horen ook bewust. De mens hoort alleen dat wat hij wil horen. Willen horen of luisteren (toehoren, goed luisteren) is, anders dan horen, een actief, opzettelijk proces, vergelijkbaar met het oog dat zich op iets focust. De beslissing om gericht te horen, te luisteren met andere woorden, bevordert de aandacht en werkt het zich bewust toekeren naar de andere in de hand. Luisteren betekent willen communiceren. Het brengt de mens als geheel in staat van paraatheid, laat toe dat het slakkenhuis een correcte analyse uitvoert, zorgt ervoor dat het lichaam zich opricht, en verscherpt een “wakkere” geest en tegenwoordigheid.

bottom of page