top of page
luistertest.jpg

De luistertest

Alles begint met een luistertest

Iedere luistercursus begint met de psychologische luistertest (TLT = Tomatis-Listening-Test). Aanvankelijk doen deze test en het testtoestel denken aan het verloop van een geluidsdrempelaudiogram bij een kno-arts. Die gaat onder optimale omstandigheden het algemene gehoorvermogen na en kan het nut van een hoorapparaat bijvoorbeeld bevestigen. De luistertest streeft echter een heel ander doel na. Deze test werkt met bijkomende parameters die informatie over de dagdagelijkse auditieve waarneming verschaffen.

De luistertest verschaft informatie over:

  • de gehoordrempel via luchtgeleiding (LL)

  • de gehoordrempel via botgeleiding (KL)

  • hoorfouten bij LL en KL

  • het vermogen om toonhoogten te onderscheiden (selectiviteit)

  • auditieve lateraliteit
     

De luistertest vormt de basis van een individueel communicatiepatroon. Hij verstrekt informatie over:

  • motoriek en evenwicht

  • het gedrag (emotionele teruggetrokkenheid, angsten, gebrekkig zelfbewustzijn, onrust, agressiviteit, welbevinden, evenwichtigheid)

  • analytisch gehoorvermogen (luisteren)

  • taalverwerking

  • concentratievermogen of verstrooidheid

  • neiging tot vermoeidheid of vitaliteit

  • veeleer aanleg tot depressie of dynamisme

 

Binnen al deze domeinen kan de luistertraining grote verbeteringen teweegbrengen. Op basis van de luistertest, de anamnese en het probleem van de onderzochte persoon kan een individueel luisterprogramma worden opgesteld. De vooruitgang wordt door regelmatige controletests gemeten en de luistertraining wordt aan de veranderde wijze van horen aangepast.

 

De ideale hoorcurve

Hoe ziet de ideale hoorcurve eruit?

  • De ideale hoorcurve toont een continu, min of meer stijgend verloop van 6 decibel per octaaf van 125 tot 3000-4000 Hertz, gaat vervolgens over in een plateau, om daarna weer licht te dalen.

  • Het horen via luchtgeleiding (de trillingen van het trommelvlies worden verder geleid) verloopt even goed als of beter dan het horen via botgeleiding.

  • De selectiviteit van beide oren moet “open” zijn.

  • Het rechteroor moet dominant zijn.
     

Tomatis definieerde de “ideale luistercurve” na talrijke experimenten bij mensen met auditieve waarnemingsproblemen die daarvoor bij hem in behandeling waren. De ideale curve sluit heel dicht aan bij het ideale gehoor van zangers en musici. Tomatis was vooral ondersteboven van Enrico Caruso (1873-1921). Hij onderwierp de plaatopnamen en vocalises van deze Italiaanse tenor aan uitgebreide analyses.

Caruso bezat het voor Tomatis ideale gehoor en dus nam hij zijn stem als voorbeeld voor het opstellen van de ideale luistercurve, ook de carusocurve genoemd.

bottom of page